Laat je niet pakken

Wat is een tienerpooier?

Child Focus heeft een studie verricht naar het fenomeen van de tienerpooiers. In deze studie werd volgende definitie bepaald voor ‘tienerpooiers’:

Tienerpooiers zijn mensenhandelaars die tieners doelbewust feitelijk afhankelijk en emotioneel aanhankelijk maken om hen vervolgens – via misleiding, dwang, fysiek, psychisch geweld en/of misbruik van hun kwetsbaarheid – uit te buiten in de prostitutie.

Tienerpooiers vragen aan hun slachtoffers om betaalde seks te hebben met klanten die zij regelen. Dit kunnen klanten uit het sociaal netwerk van de tienerpooiers zelf zijn, of onbekenden die de tienerpooiers via het internet vinden. Daarnaast vragen tienerpooiers soms ook nog aan hun slachtoffers om misdrijven te plegen, en dienen ze hun slachtoffers vaak drugs toe. Dikwijls worden slachtoffers na verloop van tijd ook ingezet om nieuwe slachtoffers te ‘ronselen’.

Tienerpooiers gaan dus op zoek naar kwetsbare minderjarigen om hen zodanig te manipuleren dat deze slachtoffers enorm ver gaan om hen tevreden te houden, waaronder dus door zich voor hen te prostitueren. Deze vorm van seksuele uitbuiting van minderjarigen moet dan ook op alle mogelijke manieren bestreden worden en slachtoffers moeten zo snel mogelijk uit de klauwen van hun tienerpooiers bevrijd worden. 

 

Wie wordt slachtoffer van een tienerpooier?

Gelijk welke jongere kan in handen vallen van een tienerpooier. Alle slachtoffers hebben echter één ding gemeen: hun kwetsbaarheid

Het is enorm belangrijk om de tieners die in handen van een tienerpooier vallen in de eerste plaats te zien als een slachtoffer van seksuele uitbuiting. Tienerpooiers gaan gewiekst op zoek naar de meest kwetsbare jongeren. Die kwetsbaarheid kan het gevolg zijn van verschillende factoren, zoals een moeilijke socio-economische context, een laag zelfbeeld of een problematische opvoedingssituatie. Het is net die kwetsbaarheid die bepaalde tieners zo vatbaar maakt voor de aandacht van tienerpooiers. 

De psychische gevolgen van deze uitbuiting vallen niet te onderschatten. Slachtoffers gaan snel denken dat wat er met hen gebeurd is, hun eigen fout of eigen verantwoordelijkheid is. Sommigen durven zelfs denken dat ze de uitbuiting verdiend hebben. Slachtoffers zien zichzelf meestal niet als slachtoffer omdat ze dusdanig werden ingepalmd dat ze beweren ervoor te kiezen om zich te prostitueren, en dit dus volgens hen  “volledig vrijwillig” doen. Een minderjarige kan echter niet vrijwillig kiezen voor prostitutie. Dit is door de wet zo bepaald, dus dit geldt voor elke minderjarige in gelijk welke omstandigheden. 

 

Wetgeving

Wat tienerpooiers doen, beantwoordt volledig aan hoe de strafwet mensenhandel definieert. Daarom moeten tienerpooiers altijd beschouwd worden als mensenhandelaars, en hun slachtoffers als slachtoffers van mensenhandel. 

Wil je meer weten over wat mensenhandel juist is, neem dan een kijkje op de website van Myria.

Al twintig jaar werkt België al aan een multidisciplinaire aanpak van op slachtoffers van mensenhandel met dus een nauwe samenwerking van hulpverleners, politie en justitie. Die aanpak ligt vast in de omzendbrief van 26 september 2008.

De omzendbrief vraagt ook bijzondere aandacht voor de rechten van slachtoffers, ook als die bepaalde wetten overtreden hebben. Om de noodzaak van slachtofferbescherming te verzoenen met de strijd tegen mensenhandel, geldt een specifiek beschermingsstatuut voor slachtoffers van mensenhandel. Personen die dit beschermingsstatuut ontvangen maken aanspraak op een pakket van sociale, medische en juridische begeleiding en opvang, alsook, indien van toepassing op verblijfsdocumenten en arbeidskaarten. De omzendbrief bepaalt drie cumulatieve voorwaarden voor het slachtofferstatuut:

(1) de contacten verbreken met de vermoedelijke daders,

(2) zich laten begeleiden door een gespecialiseerd en erkend onthaalcentrum, zijnde PAG-ASA, Payoke en Sürya, en

(3) samenwerken met de gerechtelijke instanties via het afleggen van verklaringen. 

Indien het slachtoffer een niet-begeleide buitenlandse minderjarige is dient, rekening houdende met diens bijzondere kwetsbaarheid, de nodige soepelheid aan de dag te worden gelegd in de evaluatie van deze criteria.

 
Hoe gaan tienerpooiers te werk?

Elke tienerpooier gaat op een eigen manier te werk, maar er zijn vier fasen die steeds terugkomen:

groomingOm slachtoffers te vinden en te ronselen, gaan tienerpooiers naar plaatsen waar jongeren veel tijd doorbrengen en waar ze dus makkelijk contact kunnen leggen. Vandaag gaat dat het makkelijkst via sociale media. Het online zoeken naar potentiële slachtoffers wordt ook wel hawking genoemd.

Eens het contact is gelegd en het slachtoffer blijft antwoorden op vragen, verzamelt de tienerpooier vaak zoveel mogelijk persoonlijke informatie, om eventueel later tegen het slachtoffer te gebruiken mocht dat nodig blijken. Dat kan gaan van geheimen die de tiener heeft verteld tot pikante foto’s of sexts die de tiener heeft verstuurd.

Omdat de tienerpooier zoveel informatie verzamelt over zijn slachtoffer, weet die precies wat het slachtoffer  wil of mist in het leven, of wat de specifieke kwetsbaarheden zijn. Hier speelt de tienerpooier dan handig op in, om het slachtoffer aan zich te binden. Dit is de fase van het inpalmen, waarbij het slachtoffer overladen wordt met aandacht, complimenten, valse beloftes, of cadeaus. Deze vorm van impalmen met seksuele uitbuiting als doel, is een vorm van grooming.

Tienerpooiers isoleren hun slachtoffers van hun sociale context en positioneren zichzelf als enige belangrijke persoon in het leven van de jongere. Door het isoleren van de tiener van zijn/haar vrienden, familie, van de school of de instelling, krijgt de tiener het gevoel dat enkel de pooier iets om hem/haar geeft. Dan volgt vaak een spel van aantrekken en afstoten, en stelt het slachtoffer uiteindelijk alles in het werk om de aandacht van de tienerpooier (terug) te krijgen én te houden. 

Daarna begint de uitbuiting, waarbij de pooier het slachtoffer vraagt om seks te hebben met hem of met anderen. De pooier maakt zijn slachtoffer vaak afhankelijk van drugs om de betaalde seks te vergemakkelijken en het slachtoffer nog afhankelijker te maken. Dikwijls worden de slachtoffers ook betrokken bij andere misdrijven zoals bijvoorbeeld het plegen van overvallen, diefstallen of het vervoeren en verkopen van drugs. 

Enkele mogelijke signalen die kunnen wijzen op een slachtoffer van een tienerpooier

Hieronder vind je een aantal signalen die erop kunnen wijzen dat een jongere mogelijks in de handen van een tienerpooier is gevallen. Let wel, deze lijst is niet volledig en biedt ook geen zekerheid. Sommige jongeren kunnen voldoen aan deze kenmerken zonder dat ze slachtoffer zijn van een tienerpooier maar het kan ook dat een slachtoffer geen of weinig van deze kenmerken vertoont.

Deze niet-exhaustieve lijst is gebaseerd op wat de ervaring ons leert uit de gevallen die we kennen. Wetende dat heel wat gevallen nooit aan de oppervlakte komen, moet onderstaande lijst dus zeker niet als een soort checklist worden gezien, maar eerder als leidraad.  

Een slachtoffer van een tienerpooier:

  • Is meestal tussen de 12 en de 18 jaar oud en zit dus vaak in de puberteit. Tieners zijn op dat moment in volle ontwikkeling, op mentaal, emotioneel en seksueel gebied. Net dat maakt hen zo vatbaar voor de invloed van tienerpooiers;   
     
  • Heeft vaak een laag zelfbeeld. Dit laag zelfbeeld kan te wijten zijn aan verschillende factoren zoals een problematische opvoedingssituatie, een moeilijke kindertijd, psychische problemen, of zelfs gewoon aan het loutere feit dat de puberteit té veel onzekerheden met zich meebrengt; 
     
  • Loopt vaak weg: een tiener die vastzit in een tienerpooiercircuit moet beschikbaar zijn voor de pooier. Soms blijft de tiener voor langere tijd weg om bij de tienerpooier te kunnen blijven en dus zoveel mogelijk voor hem te werken. De tiener wordt dan ook vaker ’s nachts, op openbare plaatsen of steeds in dezelfde buurten aangetroffen; 
     
  • Kent vaak andere slachtoffers en trekt hier mee op. Tienerpooiers werken vaak in netwerken waardoor verschillende slachtoffers elkaar kennen. Ze lopen dan ook geregeld samen weg en worden dikwijls samen aangetroffen. Heel wat slachtoffers ronselen ook zelf nieuwe jongeren, onder (psychologische) dwang van de tienerpooier;
     
  • Voelt zich eenzaam: een tienerpooier doet zijn uiterste best om de tiener in te palmen en te isoleren van familie, vrienden of in het algemeen de sociale context. Wanneer een tiener het gevoel heeft enkel nog terecht te kunnen bij de tienerpooier, zorgt die eenzaamheid uiteraard voor een nog grotere invloed van de tienerpooier;
     
  • Heeft vaak een ouder “vriendje”: een tienerpooier kan, maar doet dat zeker niet altijd, zich voordoen als een vriendje, om het vertrouwen te winnen van het slachtoffer of eventueel ook de omgeving van het slachtoffer. Het is vaak ook zo dat de tiener, eens in het milieu, van tienerpooier naar tienerpooier wordt “doorgegeven”, waardoor de tiener wisselende “vriendjes” krijgt; 
     
  • Isoleert zich: een slachtoffer van een tienerpooier gaat zich alleen voelen, gaat denken dat het bij niemand terecht kan. Daarenboven heeft het slachtoffer veel geheimen te bewaren, van de seksuele uitbuiting zelf tot alles wat het slachtoffer daarrond ziet gebeuren. Het slachtoffer zal vaak ook enkel nog geïnteresseerd zijn in de tienerpooier en de realiteit die daarbij komt kijken. Er treedt dus vaak een complete desinteresse in school, vrienden, familie, … op; 
     
  • Spijbelt vaak: de school is een omgeving van sociale controle, en waar bovendien regels gelden. Slachtoffers van tienerpooiers zetten zich vaker dan andere tieners af tegen die regels en willen absoluut geen sociale controle ondergaan, waardoor ze wegblijven van school. Bovendien wil de tienerpooier soms ook tijdens de schooluren beroep doen op het slachtoffer. De beschikbaarheid voor de tienerpooier wordt dan belangrijker dan school; 
     
  • Gebruikt vaak drugs (en alcohol): een tienerpooier kan drugs gebruiken om de afhankelijkheid van het slachtoffer te vergroten, of om hem of haar makkelijker handelbaar te maken. Ook wordt de roes van de drugs of de alcohol gebruikt om ervoor te zorgen dat de betaalde seks met vreemden “makkelijker” wordt;
     
  • Heeft plots een nieuwe vriendenkring: de pooier werkt vaak in een netwerk, met mededaders die betrokken zijn in de criminele operatie. Deze groep wordt dan vaak door het slachtoffer gezien als de vriendenkring, of zelfs “de familie” waar ze op kunnen rekenen. De tienerpooier kan het slachtoffer controleren, of in de rij houden door het steeds in het gezelschap te houden van mensen die hij vertrouwt;
     
  • Heeft opeens afwijkende normen, overtuigingen, gedraagt zich anders en begint soms zelfs anders te praten
     
  • Heeft plots spullen of kleren waarvan het niet kan of wil verklaren waar ze vandaan komen: een pooier kan zijn slachtoffer zoet houden met geld en cadeaus, om medewerking te garanderen, of toch zijn of haar stilte af te kopen. Vaak worden ook kleren of andere spullen gekocht die specifiek bruikbaar zijn voor het werk in de prostitutie;  
     
  • Hangt overdag én ’s nachts rond op plaatsen die ongebruikelijk zijn voor een minderjarige. 
Hoe reageer ik als iemand mij vertelt slachtoffer te zijn van een tienerpooier?

Deze tieners zijn slachtoffers!

Als je geconfronteerd wordt met een slachtoffer, is het allerbelangrijkste om de jongere als slachtoffer te zien en te behandelen. Te vaak zien we dat de jongere als probleemjongere of (mede-) dader behandeld wordt, vooral omdat hij of zij in de grip van de tienerpooier ongepast tot zelfs crimineel gedrag gesteld heeft of andere slachtoffers heeft geronseld. Deze manier van kijken zorgt er echter voor dat we de hele problematiek compleet miskennen.

Het slachtoffer zal zich nog meer verworpen en geïsoleerd voelen waardoor alle dynamieken en overtuigingen die aan de basis lagen van deze traumatiserende situtatie, enkel bevestigd worden (“ik kan enkel bij de tienerpooier terecht”, “ik heb geen andere opties”, “niemand geeft om mij”, “ik kan hier niet meer uit”). Dit houdt het gehele systeem in stand. De tiener moet net het gevoel hebben veilig te zijn, en vooral om beter af te zijn dan bij de tienerpooier. 

Het is dan ook van cruciaal belang dat iedereen die geconfronteerd wordt met een slachtoffer van tienerpooiers dezelfde ondersteunende, niet-veroordelende of -bestraffende houding aanneemt. Dit geldt dus voor ouders maar ook voor leerkrachten, hulpverleners, politie, parket, en alle anderen die in aanraking komen met slachtoffers van tienerpooiers. 

Zorg dat je het fenomeen kent!

Informeer je grondig, o.a. op deze website om de complexiteit en de ernst van de problematiek rond tienerpooiers te begrijpen. Vanuit deze kennis is het nadien makkelijker om met een slachtoffer te praten en hem of haar te begrijpen. 

Vraag jezelf ook af of jij de best geplaatste persoon bent om te helpen, je hoeft dit echt niet alleen op te nemen. 

Informeer ook het slachtoffer

  • Sterke meisjes huilen nietVaak beseffen slachtoffers niet dat ze niet de enige zijn met vergelijkbare problemen en hebben ze er ook geen vertrouwen in dat het kan stoppen. Verwijs het slachtoffer dan ook door naar materiaal waarin het zichzelf kan herkennen zoals het jongerengedeelte van deze website of het boek “Sterke meisjes huilen niet”, een boek over het leven van een meisje dat 5 jaar in handen van een tienerpooier is geweest. Door herkenbare verhalen te lezen zal het slachtoffer misschien meer beseffen dat het effectief een slachtoffer is en dat het echt niet oké is wat hem of haar overkomt; 
  • Heb je het gevoel dat het slachtoffer de tienerpooier ziet als zijn of haar ‘vriendje’, probeer dan te bespreken wat een goede relatie is. Probeer niet te belerend te zijn, maar toch duidelijk te maken dat zijn of haar huidige situatie géén gezonde liefdesrelatie is. Ook hier kan het goed zijn om het kind door te verwijzen naar deze website. Praat ook met de jongeren over gezonde seksuele relaties.

 

Blijf het slachtoffer steunen 

  • Gebruik steeds een ondersteunende toon. Het is belangrijk dat het slachtoffer zich niet veroordeeld voelt dus toon ten allen tijde dat je aan zijn of haar kant staat en wil helpen;
     
  • Luister zonder oordeel als het slachtoffer probeert te praten over de situatie, zijn of haar daden, motieven of keuzes. Het is voor een slachtoffer vaak al een enorme stap om iemand in vertrouwen te nemen, dus probeer dit niet te beschamen;
     
  • Zorg ervoor dat het slachtoffer voelt dat het er niet alleen voor staat, dat er een uitweg is en dat er samen naar een oplossing kan worden gezocht. Beloof geen oplossing op 1-2-3. De jongere het gevoel geven dat je hem of haar niet zal loslaten en samen zal blijven zoeken en actie ondernemen, is al heel veel; 
     
  • Blijf contact zoeken en geef het niet op, ook al word je telkens weggeduwd. Probeer slachtoffers zeker niet te pushen om hun verhaal te doen. Vaak willen slachtoffers niet onmiddellijk praten, zien ze zichzelf eerst geruime tijd niet als slachtoffer en lijken ze niet uit de situatie weg te willen. Blijf dan ook te kennen geven dat je hem of haar niet in de steek zult laten. Heel wat slachtoffers van tienerpooiers hebben het gevoel dat ze al heel hun leven door volwassenen in de steek gelaten. Doorbreek deze cirkel; 
     
  • Geef het slachtoffer nooit de schuld, ook niet als hij of zij nog niet weg kan of wil van degene die hem of haar uitbuit. Slachtoffers van tienerpooiers zien zichzelf vaak niet als een slachtoffer en ze zien daardoor hun tienerpooier ook niet als dader.

Onderneem actie!

  • Beloof nooit zomaar aan een slachtoffer dat je het aan niemand zult doorvertellen. Als je ernstige vermoedens hebt van een situatie van tienerpooierschap kan je dit niet zomaar voor jezelf houden en is het belangrijk dat er extra stappen ondernomen worden. Als de tienerpooier één slachtoffer maakt, maakt hij er bijna altijd meerdere en zijn er dus ook vele andere minderjarigen in gevaar, vandaag of in de toekomst. Zorg er wel voor dat in alle stappen die je onderneemt, de jongere je kan blijven vertrouwen. Een open en transparante communicatie over alle stappen die je gaat ondernemen en waarom zijn hierbij heel belangrijk. Zelfs binnen de grenzen van je beroepsgeheim is dit zeker mogelijk; 
     
  • Aangifte doen bij de politie is aangeraden, je kunt dit ook doen via hulporganisaties zoals Child Focus op het gratis nummer 116 000 of per mail. Dit kan ook anoniem. Child Focus werkt in dit soort dossiers nauw samen met de politie om tienerpooiers te doen stoppen en slachtoffers te helpen; 
     
  • Je kan ook contact opnemen met een gespecialiseerd centrum voor de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel om de situatie samen te bespreken en te bekijken wat gedaan kan worden. Deze centra zijn niet territoriaal gebonden en kunnen 24u/24u bereikt worden:

Zoek zelf hulp

Vertrouwenspersoon zijn voor een jongere met zo’n zware en complexe problematiek kan enorm zwaar zijn. Je hebt dan ook altijd het recht om zelf hulp en ondersteuning te zoeken.

Het is belangrijk dat je niet alleen blijft zitten met de zorg voor de jongere, maar dat je onmiddellijk stapt naar professionele organisaties die daarbij ondersteuning kunnen bieden, zoals het CLB, een zorgleerkracht, en Child Focus

Hoe maak ik dit thema bespreekbaar in mijn klas of leefgroep?

Het is belangrijk dat jongeren weten wat het fenomeen tienerpooiers is en hoe het in z’n werk gaat. Jongeren uit alle lage van de bevolking worden met tienerpooiers geconfronteerd, dus is het een goed idee om leerlingen te laten kennismaken met het onderwerp zodat als ze er ooit (zijdelings) mee in aanraking komen, ze niet uit de lucht komen vallen. Informatie geven en sensibiliseren zijn nooit verloren moeite.

Een belangrijk aandachtspunt is wel de groepsdynamiek of het klasklimaat. Om thema’s als dit bespreekbaar te maken, is het belangrijk dat jongeren zich veilig voelen bij elkaar en hun leerkracht of begeleider. Jongeren die het niet zien zitten om hierover te praten, kunnen niet geforceerd worden. Oordelen, laat staan veroordelen, van elkaars mening omtrent elementen van deze problematiek is absoluut uit den boze

  • PIKASOLSpreek op voorhand met de leerlingen een aantal grondregels af zoals respect voor elkaar en elkaars mening en vertrouwen. De PIKASOL-regels die Sensoa ontwikkelde, kunnen je daarbij helpen. 
    • Privacy:  Wat we hier vertellen is vertrouwelijk en blijft binnen de groep. We gebruiken wat we hier horen niet in andere situaties, ook de begeleiders niet; 
    • Ik-vorm: We praten over onszelf, onze gevoelens en ervaringen, opvattingen,… We zijn open en eerlijk in wat we vertellen; 
    • Kies wat je vertelt en wat niet. Niet alles is voor alle oren bedoeld, en je kan gerust je gevoelens en gedachten voor jezelf houden, als je je niet comfortabel voelt in de groep;
    • Actief: Wees actief in het verloop van het groepsgebeuren. Er wordt ruimte gegeven om zelf te bepalen waarover het moet gaan. Dus wacht niet passief af tot iemand anders iets inbrengt; 
    • Seksueel actief: Dit ben je niet enkel als je met iemand naar bed gaat, seks zit ook in je hoofd en in je gevoelens. We hebben het dus over alle vormen van seks, en iedereen kan erover meepraten;
    • Oriëntatie :  Mensen kunnen heteroseksueel, homoseksueel, lesbisch, bisekseksueel zijn. Er zijn grote verschillen; 
    • Lachen, luisteren:  Humor is belangrijk, het is soms goed geladen onderwerpen te ontmijnen. Uitlachen kan niet. Ook luisteren is belangrijk, niet alleen praten.
       
  •  Haal voorbeelden uit de actualiteit of populaire media om een gesprek te starten. "Het Engelenhuis" van Dirk Bracke en "Bo", de verfilming van het boek, maar vooral het boek "Sterke meisjes huilen niet" van Lore T. en Frauke Joossen, een boek over het leven van een meisje dat vijf jaar in handen van een tienerpooier zat, zijn laagdrempelige mogelijkheden om jongeren in contact te brengen met het onderwerp. Laat jongeren deze boeken lezen of film bekijken en open daarna een klasgesprek hierover; 
     
  • Er zijn ook organisaties die preventiepakketten hebben opgemaakt, zoals het Nederlandse Scharlaken Koord waarbij je boekjes, strips, spelletjes en andere tools kan bestellen voor in de klas;
     
  • Bespreek niet alleen het fenomeen tienerpooiers zelf, maar ook de ‘randfenomen’:

Wees wel voorzichtig. Het gaat hier om een brede preventieve, sensibiliserende manier om dit thema te bespreken. Heb je echter weet van een slachtoffer in de klas, dan is een open gesprek met de hele klasgroep niet de beste aanpak. Zo loop je immers het risico dat deze jongere zich nog extra gestigmatiseerd gaat voelen. 

Beroepsgeheim en het belang van informatie delen

Personen in gezondheids- en welzijnsberoepen mogen niets bekendmaken van wat hen is verteld in hun functies. Dit geldt voor dokters, apothekers, maatschappelijk werkers, alsook de politie en leerkrachten hebben beroepsgeheim. Het beroepsgeheim verbreken is, strafbaar. Hulpverleners hebben uiteraard ook meestal beroepsgeheim, maar in sommige gevallen mag, of moet, een hulpverlener dit verbreken. 

De belangrijkste uitzonderingen die relevant zijn in de context van hulpverleners en slachtoffers van tienerpooiers en van mensenhandel staan te lezen in de artikelen 422bis en 458bis van het strafwetboek. Het artikel 422bis zegt ten eerste dat het een strafbaar feit uitmaakt om een persoon die in gevaar is geen hulp te bieden.

Slachtoffers van tienerpooiers zijn uiteraard enorm in gevaar als ze verstrikt zijn geraakt in de netten van dit criminele milieu, niet in het minst omdat ze mogelijks meerdere malen per dag verkracht worden door volwassenen die daarvoor betalen aan de tienerpooier. Als men dus weet heeft van het feit dat een minderjarige zich in dit gevaarlijk milieu bevindt, heeft men de plicht om er alles aan te doen om het slachtoffer te helpen. Op deze manier is men dus alvast gedekt door dit artikel van de wet als men het beroepsgeheim breekt. Ten tweede zegt het artikel 458bis dat houders van het beroepsgeheim die weet hebben van de seksuele uitbuiting van kinderen dit moeten melden aan de gerechtelijke instanties

Deze twee artikelen zorgen er dus voor dat professionelen perfect in staat zijn, en zelfs de plicht hebben, om hun beroepsgeheim te doorbreken als ze weet hebben van gevallen van tienerpooierschap. Uiteraard ligt het nogal moeilijk om de vertrouwensband met het slachtoffer te verbreken, zeker als het slachtoffer vraagt om niets door te vertellen. Maar het kan niet genoeg herhaald worden hoe belangrijk het is om niet alleen met deze informatie te blijven zitten, want de tienerpooier kan op deze manier ongestraft zijn gang gaan en minderjarigen verder tegen betaling laten misbruiken. Op die manier vallen bovendien in de toekomst mogelijks nog veel meer slachtoffers. 

In sommige gevallen is het ook noodzakelijk om een ouder te informeren over hun minderjarig kind. Ouders zijn aansprakelijk voor hun kinderen en hebben beslissingsrecht over fundamentele aspecten van opvoeding zoals onderwijs en gezondheid. Als ouders een actieve rol spelen in het leven van het slachtoffer, is het vaak aangewezen om met het slachtoffer te bespreken dat het belangrijk is om de ouders in te lichten over wat er aan de hand is. Dit wordt nog belangijker als  men weet dat ouders klacht kunnen indienen bij de politie voor de situatie van tienerpooierschap, ook als de minderjarige dit niet zelf wil of kan. Op deze manier worden onderzoeken naar tienerpooiers gestart en heeft men meer kans om de daders te stoppen!